No sul do Brasil, no Estado de Paraná, bem perto do capital do estado - Curitiba - se encontra o município de Colombo. Município grande e estendido. No censo do ano 2.000, Colombo tinha mais de 183.000 habitantes, Curitiba tinha 1,5 milhão. Então, nos encontramos numa região populosa, e de fato é.
Nesta região se encontram várias igrejas presbiterianas, e também uma igreja reformada. Os nomes são diferentes, mas o conteúdo é igual. As duas reconhecem a Palavra de Deus como única base das nossas vidas, da nossa esperança e da nossa doutrina. A diferença nos nomes indica apenas a diferença nos caminhos pelos quais Deus dirigiu as várias comunidades. O nosso destino é igual: o Reino de Deus.
Na comunidade da igreja reformada, o Lucas é pianista. Tive o privilégio de ter ensinado os primeiros passos no caminho da música a Lucas, faz bastante tempo: a partir do ano 1996. Depois, Lucas se desenvolveu muito. De fato ele é autodidata (alguém que se instruiu por si).
Quem proclama a Palavra de Deus na igreja é o evangelista Marcos Borba. Pude acompanhá-lo durante os estudos que ele fez, se preparando para assumir essa vocação que ele agora tem. O grupo de louvor (veja ao lado) são as irmãs Crisleide, Vânia e Maria. Crisleide é a esposa do evangelista Marcos Borba, e filha do pastor Cleverson de Oliveira, antigamente evangelista em São Paulo e Colombo, tanto na igreja reformada, como nas igrejas presbiterianas. Agora ele é pastor na IPB na cidade de Juquiá (SP). Vânia é a esposa do presbítero Luiz, e Maria é a esposa do Iris. A comunidade tem membros, que vamos ver num próximo 'post'. A comunidade não é grande nos olhos de homens, mas é grande nos olhos de Deus, pois é fiel à Palavra de Deus. Ele diz: "Não temas, ó pequinino rebanho; porque vosso Pai se agradou em dar-vos o seu reino" - Lucas 12,32 - Amém.
In het zuiden van Brazilië, in de staat Paraná, vlak bij de hoofdstad van die staat - Curitiba - bevindt zich de burgerlijke gemeente Colombo. Een grote, uitgestrekte gemeente. Bij de volkstelling van 2000 had Colombo meer dan 183.000 inwoners, en Curitiba 1,5 miljoen. Daarmee bevinden we ons in een dichtbevolkt gebied, en dat is het feitelijk.
In dit gebied bevinden zich verschillende presbiteriaanse kerken, en ook een gereformeerde kerk. De namen verschillen, maar de inhoud is gelijk. Beide erkennen het Woord van God als enige basis voor ons leven, onze hoop en onze leer. Het verschil in de namen duidt alleen op de verschillende wegen die God gegaan is met de verschillende gemeenschappen. Maar onze bestemming is gelijk: het Koninkrijk van God.
In de gemeente van de gereformeerde kerk is Lucas pianist. Ik heb het voorrecht gehad hem, een behoorlijke tijd geleden, de eerste stappen in de wereld van de muziek te mogen bijbrengen: vanaf 1996. Daarna heeft Lucas zich enorm ontwikkeld. In feite is hij autodidact (iemand die zichzelf onderwijst).
De verkondiging van het Woord gebeurt door evangelist Marcos Borba. Ik mocht hem begeleiden tijdens zijn voorbereidende studie naar het op zich nemen van deze roeping. De groep die de Lofprijzing tijdens de diensten leidt (zie hiernaast) zijn de zusters Crisleide, Vânia en Maria. Crisleide is de echtgenote van de evangelist Marcos Borba, en dochter van pastor Cleverson de Oliveira, vroeger evangelist in São Paulo en Colombo, zowel in de gereformeerde als in de presbiteriaanse kerken. Nu is hij predikant in de IPB in de stad Juquiá (SP). Vânia is de echtgenote van ouderling Luiz, en Maria is de vrouw van Iris. De gemeente heeft leden, die we zullen zien in een volgende 'post'. De gemeente is in de ogen van mensen niet groot, maar wel in de ogen van God, want ze is trouw aan het Woord van God. Hij zegt: "Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken" - Lucas 12,32 - Amen.
2008/06/19
2008/03/26
À memória de - in memoriam
EDMILSON SOAREZ NOCA
nascido/geboren: 04-09-1974
falecido/gestorven: 19-03-2008
"Como caíram os valentes,
e pereceram as armas da guerra!"
"Ach, dat de helden moesten vallen,
dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan!"
2 Samuel 1,27 - 2 Samuël 1:27
Deus console a Débora, Natália e Nátaly;
dat God Débora, Natália en Nátaly vertrooste
nascido/geboren: 04-09-1974
falecido/gestorven: 19-03-2008
"Como caíram os valentes,
e pereceram as armas da guerra!"
"Ach, dat de helden moesten vallen,
dat jullie, wapens in de strijd van Israël, verloren moesten gaan!"
2 Samuel 1,27 - 2 Samuël 1:27
Deus console a Débora, Natália e Nátaly;
dat God Débora, Natália en Nátaly vertrooste
2008/03/04
Aix-en-Provence
Het is gelukt! In de voorjaarsvakantie zijn we in de buurt van Aix-en-Provence, in Marseille, terechtgekomen. Daarna hebben we op donderdag de bus naar Aix genomen, en via het plaatselijke toeristenbureau - die het echt even uit moesten googlen - kwamen we achter het adres van de gereformeerde theologische faculteit. Faculté Libre de Théologie Reformée, 33, Avenue Jules Ferry. (Hoe konden we vergeten dat adres even mee te nemen!) We konden het vanuit het centrum lopend doen. Na een keer vragen aan de Avenue Jules Ferry stonden we voor het bescheiden bordje, inderdaad, Faculté Libre enzovoort. Een nederige nederzetting met eenvoudige mensen. Een stukje herkenning. We maakten een praatje met de mensen daar. Het waren studenten en ze hadden vast even pauze. "Wij zijn gewoon vakantiegangers, en ook gereformeerd, we komen even kijken" leggen we uit. "Wees van harte welkom, kijk maar rond" is hun reactie. Een praatje in 't engels is gemakkelijk gemaakt. Frans begrijpen we wel redelijk, maar het spreken gaat ons nog niet soepel af. "Je bent dus van plan predikant te worden?" vragen we. "Jazeker", is het antwoord van de student, en zo kletsen we even samen. Het is maar even, zoals voorjaarsvakantie maar even duurt. Het is zo voorbij. Nog even het toilet gebruiken en we gaan alweer. Maar het is goed te weten en te ervaren dat God zijn kinderen overal laat leven en werken. Ver weg, en heel dichtbij, maar ook: daar tussenin, zodat je elkaar in een midweek net even kunt opzoeken, begroeten, en weer gewoon verder gaat met waar je was gebleven ...
2008/02/12
Chuva! - Regen!
A próxima notícia (não mais inverno …) é bilíngüe: português e holandês.
Zo gewoon of vervelend regen voor ons, hier, in Noordwest Europa kan zijn, zo verademend en heerlijk is het in tropische delen van de wereld. Toen we in Maceió, vlak bij de evenaar, in tropisch Brazilië waren komen wonen, in 1993, ( zie: http://www.irbmaceio.com.br/index.htm )maakten we een ‘winter zonder regen’ mee. Dat wil zeggen: een regenseizoen waarin de regen uitbleef. DROOGTE. Elke dag was het heet, en droogde de aarde meer uit. Er groeide niets meer, en het grondwaterniveau daalde steeds verder. We voelden ons enorm afhankelijk van de aanvoer van drinkwater en groenten, en voedsel. We maakten ons bezorgd. Ik was op bezoek bij Maria, een oud vrouwtje van de gemeente. Ze woonde in iets dat wij een oud vervallen schuurtje zouden noemen, met een vloer van aangestampte klei, muren van rechtopstaande takken, opgevuld met klei, en een dak van takken, waarop gaas en golfplaten waren gelegd. Zo kon je overleven. Ze had een groot voordeel, want het huis was haar eigendom, dus ze betaalde geen huur. Maria was altijd vriendelijk en gastvrij, een levende levensles. Haar man, Antônio, en ook al lang uit de werkroulatie, probeerde zo veel mogelijk in het levensonderhoud te voorzien door de groentetuin te onderhouden. Ik was bezorgd. Ik zag de bruine bonenplantjes staan, die schreeuwden om water, en vroeg bezorgd: “Zou het nog wel gaan regenen, Maria? Het is al zo lang droog!” Toen ik dat zei begon ze vriendelijk maar hartelijk te lachen. “Natuurlijk”, zei ze. Zie je elke dag die wolken niet aan de hemel voorbijkomen? Op een dag gaat het regenen. Ik weet niet wanneer, alleen God weet het, maar op een dag komt het!” Ik was geraakt door haar vertrouwen en het gaf me moed. Daarna heeft het nog lang geduurd, voordat het ging regenen. Maar we zijn allen gespaard en geleid door die regenloze winter.
Rui Lima vertelt dat zoiets in Jacobina (Ba) gebeurde. Een jaar zonder noemenswaardige regen, meldt hij op 30-01-2008. En dan op de 31e komt de regen. Met bakken uit de hemel. Je ziet dikke stralen op het ritme van de golfplaten van het afdakje stromen. Het peertje onder het dak is aangedaan, zo is de hemel verduisterd door die regen. Puur genieten!
Wat, als het eens nooit meer winter zou worden? Een berichtje in ’t Portugees, en daarna (bijna)identiek in ’t Nederlands, verschenen als Signaal in de Feanster, 05-02-2008.
Zo gewoon of vervelend regen voor ons, hier, in Noordwest Europa kan zijn, zo verademend en heerlijk is het in tropische delen van de wereld. Toen we in Maceió, vlak bij de evenaar, in tropisch Brazilië waren komen wonen, in 1993, ( zie: http://www.irbmaceio.com.br/index.htm )maakten we een ‘winter zonder regen’ mee. Dat wil zeggen: een regenseizoen waarin de regen uitbleef. DROOGTE. Elke dag was het heet, en droogde de aarde meer uit. Er groeide niets meer, en het grondwaterniveau daalde steeds verder. We voelden ons enorm afhankelijk van de aanvoer van drinkwater en groenten, en voedsel. We maakten ons bezorgd. Ik was op bezoek bij Maria, een oud vrouwtje van de gemeente. Ze woonde in iets dat wij een oud vervallen schuurtje zouden noemen, met een vloer van aangestampte klei, muren van rechtopstaande takken, opgevuld met klei, en een dak van takken, waarop gaas en golfplaten waren gelegd. Zo kon je overleven. Ze had een groot voordeel, want het huis was haar eigendom, dus ze betaalde geen huur. Maria was altijd vriendelijk en gastvrij, een levende levensles. Haar man, Antônio, en ook al lang uit de werkroulatie, probeerde zo veel mogelijk in het levensonderhoud te voorzien door de groentetuin te onderhouden. Ik was bezorgd. Ik zag de bruine bonenplantjes staan, die schreeuwden om water, en vroeg bezorgd: “Zou het nog wel gaan regenen, Maria? Het is al zo lang droog!” Toen ik dat zei begon ze vriendelijk maar hartelijk te lachen. “Natuurlijk”, zei ze. Zie je elke dag die wolken niet aan de hemel voorbijkomen? Op een dag gaat het regenen. Ik weet niet wanneer, alleen God weet het, maar op een dag komt het!” Ik was geraakt door haar vertrouwen en het gaf me moed. Daarna heeft het nog lang geduurd, voordat het ging regenen. Maar we zijn allen gespaard en geleid door die regenloze winter.
Rui Lima vertelt dat zoiets in Jacobina (Ba) gebeurde. Een jaar zonder noemenswaardige regen, meldt hij op 30-01-2008. En dan op de 31e komt de regen. Met bakken uit de hemel. Je ziet dikke stralen op het ritme van de golfplaten van het afdakje stromen. Het peertje onder het dak is aangedaan, zo is de hemel verduisterd door die regen. Puur genieten!
Wat, als het eens nooit meer winter zou worden? Een berichtje in ’t Portugees, en daarna (bijna)identiek in ’t Nederlands, verschenen als Signaal in de Feanster, 05-02-2008.
Não mais inverno …. Apocalipse
Que pena, mas parece que o inverno 2007-2008 (aqui, na Europa, as épocas do verão e do inverno são contrárias às épocas lá no Brasil) de novo não vai ser um verdadeiro inverno. (A temperature aqui na Holanda não baixou muito em baixo de zero.) A maioria das pessoas acha que isto é uma conseqüência da mudança de clima. Do efeito estufa, e outras coisas. Aqueles que se esforçam para proteger a natureza e o meio ambiente, tocam o alarme. Mas outros contestam que fosse uma causa de preocupação, dizem que as épocas de calor e de frieza são de todos os tempos. Entretanto, fica nas nossas cabeças. Devemos ter medo da elevação do nivel do mar? Tudo vai continuar bem com a terra e o meio ambiente?
Pensando sobre o milagre do equilíbrio da natureza, no qual o homem, os animais e as plantas tranquilamente podem viver e respirar, e as planetas podem circular e girar nas suas órbitas, a gente só pode compreender que Deus existe. Muito mais: que Deus vive e faz o que Ele falou.
Assim Ele falou, há muito tempo, quando Ele fez do Arco Iris um símbolo ilustre de garantia, que nunca mais toda a terra desaparecerá embaixo da água: “Enquanto durar a terra, não deixará de haver sementeira e ceifa, frio e calor, verão e inverno, dia e noite” (Gênesis 8,22). E, Ele cumpriu a palavra dele, já durante dezenas de séculos.
Não tenham medo: haverá outro inverno!
Mas, quem escuta bem, também ouve a restrição: “Enquanto durar a terra”… Um dia virá o grande verão, a eternidade, sobre o qual fala o Apocalipse, o ultimo livro da Bíblia. Não haverá inverno e não haverá seca, pois haverá o Rio da Água da Vida, brilhante como cristal, bem comparável com a água mais clara do mundo em Campo Grande e Bonito (MS), com a Árvore da Vida, que produz doze frutos, um tipo cada mês, com folhas para curar os povos (Apocalipse 22,2). Esta esperança já enche o coração com alegria, daqueles que crêem em Jesus Cristo.
(Também publicado no jornal 'De Feanster', 5 de fevereiro, 2008).
Pensando sobre o milagre do equilíbrio da natureza, no qual o homem, os animais e as plantas tranquilamente podem viver e respirar, e as planetas podem circular e girar nas suas órbitas, a gente só pode compreender que Deus existe. Muito mais: que Deus vive e faz o que Ele falou.
Assim Ele falou, há muito tempo, quando Ele fez do Arco Iris um símbolo ilustre de garantia, que nunca mais toda a terra desaparecerá embaixo da água: “Enquanto durar a terra, não deixará de haver sementeira e ceifa, frio e calor, verão e inverno, dia e noite” (Gênesis 8,22). E, Ele cumpriu a palavra dele, já durante dezenas de séculos.
Não tenham medo: haverá outro inverno!
Mas, quem escuta bem, também ouve a restrição: “Enquanto durar a terra”… Um dia virá o grande verão, a eternidade, sobre o qual fala o Apocalipse, o ultimo livro da Bíblia. Não haverá inverno e não haverá seca, pois haverá o Rio da Água da Vida, brilhante como cristal, bem comparável com a água mais clara do mundo em Campo Grande e Bonito (MS), com a Árvore da Vida, que produz doze frutos, um tipo cada mês, com folhas para curar os povos (Apocalipse 22,2). Esta esperança já enche o coração com alegria, daqueles que crêem em Jesus Cristo.
(Também publicado no jornal 'De Feanster', 5 de fevereiro, 2008).
2008/02/11
Geen winter meer ...
Het is wel jammer, maar het gaat er wel een beetje op lijken, dat het weer geen echte winter was in 2007-2008. De meeste mensen nemen aan dat het een gevolg is van klimaatverandering. Opwarming van de aarde, enzo. Beschermers van natuur en milieu trekken aan de bel. Maar anderen bestrijden dat er reden is tot zorg: Koudere en warmere perioden zijn toch van alle tijden?
Maar ondertussen houdt het ons wel bezig. Moeten we bang worden van de stijging van het zeewaterniveau? Komt het wel goed met de aarde en het milieu?
Als je bedenkt hoe wonderlijk het is dat er een evenwicht bestaat, waarin mens en dier en planten en planeten kunnen ademen, leven en gedijen, en bewegen in hun banen, besef je dat God er is. Meer nog: dat God leeft, en doet wat Hij zegt. Zo zei Hij, lang geleden, toen Hij van de regenboog een prachtig garantiebewijs maakte, dat niet heel de aarde weer onder water zou verdwijnen: “Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan”.
Hij heeft zijn woord gehouden, al tientallen eeuwen lang. Wees niet bang: er blijft een winter.
Maar, wie goed luistert, hoort ook het voorbehoud: “zolang de aarde bestaat”.
Eens komt de grote zomer, de eeuwigheid. Die nu al het hart van wie gelooft in Jezus Christus, verblijdt.
(als 'Signaal' verschenen in 'De Feanster' van dinsdag 5 februari j.l.).
Maar ondertussen houdt het ons wel bezig. Moeten we bang worden van de stijging van het zeewaterniveau? Komt het wel goed met de aarde en het milieu?
Als je bedenkt hoe wonderlijk het is dat er een evenwicht bestaat, waarin mens en dier en planten en planeten kunnen ademen, leven en gedijen, en bewegen in hun banen, besef je dat God er is. Meer nog: dat God leeft, en doet wat Hij zegt. Zo zei Hij, lang geleden, toen Hij van de regenboog een prachtig garantiebewijs maakte, dat niet heel de aarde weer onder water zou verdwijnen: “Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan”.
Hij heeft zijn woord gehouden, al tientallen eeuwen lang. Wees niet bang: er blijft een winter.
Maar, wie goed luistert, hoort ook het voorbehoud: “zolang de aarde bestaat”.
Eens komt de grote zomer, de eeuwigheid. Die nu al het hart van wie gelooft in Jezus Christus, verblijdt.
(als 'Signaal' verschenen in 'De Feanster' van dinsdag 5 februari j.l.).
2008/02/07
Ontbossing bedreigt Pantanal - de Sucuri
Schrijf en denk je over de Pantanal (bericht van 4 februari), verschijnt er vandaag (7 februari) een bericht in het Nederlands Dagblad onder deze titel.
De Pantanal is geen oerwoud, maar moerasgebied. Dat betekent dat er helemaal niet veel bomen zijn (relatief dan). En als ze die ook nog gaan omzagen, dan blijft er werkelijk niets over. Toen wij in de Pantanal kampeerden, deden we dat in een stukje bos. Je kunt het je zo voorstellen, dat in een enorm groot weiland, van, zeg enkele vierkante kilometers, er een klein bosje was, van 200 bij 300 meter. Een een paar kilometer verderop weer. In zo'n bos leven een paar apen, en een paartje blauwe arara's, soms ook een paartje rode (van die heel grote 'papegaaien', die je soms in dierenwinkels of dierentuinen ziet), en een miereneter (prachtig dier). En daar tussenin het moerasgebied met stukjes weiland. Daar lopen runderen, er staan Tuiuiu's en daar leven de Jacarè's (kaaimannen), en de Sucuri's - klemtoon op de i - (het is een Anaconda, een grote Boa - variëteit, maar niet giftig).
Tijdens dit kamp (slechts 4 dagen) ben ik twee keer op een Sucuri gestuit.
De eerste keer was ik alleen aan 't wandelen. Ik liep een soort karrespoor af door het moeras, zodat ik de weg weer terug zou kunnen vinden, en ik zag in de verte iets over het (meterbrede) spoor liggen. Het leek een enorme scheepstros, zoiets. Toen ik dichtbij kwam, zag ik dat het bewoog. Een slang was het pad aan 't oversteken. Hij zag me niet. Het greep me aan. Ik stond zomaar 'life' naast een reuzenslang. Geen fototoestel, niets bij me, maar gelukkig m'n herinnering. Daar ligt het prima.
Twee dagen later, Madeline in de hangmat en ik liep wat rond. Toen schoof er een Sucuri onder haar hangmat door. Ik riep: "Madeline, een Sucuri!" De kampleider, vanuit de verte, hoorde ons en kwam aanrennen. We omsingelden de slang samen, en hij pakte hem snel vlak achter z'n kop, en hield hem vast, zodat wij fotoos konden maken. Deze twee Sucuri's waren kleiner dan het recordexemplaar in de kantlijn.
Er is een foto, waarop men een Sucuri opensnijdt en er een complete man in gevonden wordt. Levend verslonden door deze niet giftige wurgslang, maar wel gevaarlijk, als hij je aantreft in je slaap, of zo.
God is groot. In de toekomst zullen slangen en mensen vredig samenleven, belooft Hij (Jesaja 65:25). Machtig, wat zal dat geweldig zijn.....daarom moeten ze de Pantanal niet kapot maken.
Snap je? Dat zijn de voorafschaduwingen van het mooie dat komen gaat.
Toch?
De Pantanal is geen oerwoud, maar moerasgebied. Dat betekent dat er helemaal niet veel bomen zijn (relatief dan). En als ze die ook nog gaan omzagen, dan blijft er werkelijk niets over. Toen wij in de Pantanal kampeerden, deden we dat in een stukje bos. Je kunt het je zo voorstellen, dat in een enorm groot weiland, van, zeg enkele vierkante kilometers, er een klein bosje was, van 200 bij 300 meter. Een een paar kilometer verderop weer. In zo'n bos leven een paar apen, en een paartje blauwe arara's, soms ook een paartje rode (van die heel grote 'papegaaien', die je soms in dierenwinkels of dierentuinen ziet), en een miereneter (prachtig dier). En daar tussenin het moerasgebied met stukjes weiland. Daar lopen runderen, er staan Tuiuiu's en daar leven de Jacarè's (kaaimannen), en de Sucuri's - klemtoon op de i - (het is een Anaconda, een grote Boa - variëteit, maar niet giftig).
Tijdens dit kamp (slechts 4 dagen) ben ik twee keer op een Sucuri gestuit.
De eerste keer was ik alleen aan 't wandelen. Ik liep een soort karrespoor af door het moeras, zodat ik de weg weer terug zou kunnen vinden, en ik zag in de verte iets over het (meterbrede) spoor liggen. Het leek een enorme scheepstros, zoiets. Toen ik dichtbij kwam, zag ik dat het bewoog. Een slang was het pad aan 't oversteken. Hij zag me niet. Het greep me aan. Ik stond zomaar 'life' naast een reuzenslang. Geen fototoestel, niets bij me, maar gelukkig m'n herinnering. Daar ligt het prima.
Twee dagen later, Madeline in de hangmat en ik liep wat rond. Toen schoof er een Sucuri onder haar hangmat door. Ik riep: "Madeline, een Sucuri!" De kampleider, vanuit de verte, hoorde ons en kwam aanrennen. We omsingelden de slang samen, en hij pakte hem snel vlak achter z'n kop, en hield hem vast, zodat wij fotoos konden maken. Deze twee Sucuri's waren kleiner dan het recordexemplaar in de kantlijn.
Er is een foto, waarop men een Sucuri opensnijdt en er een complete man in gevonden wordt. Levend verslonden door deze niet giftige wurgslang, maar wel gevaarlijk, als hij je aantreft in je slaap, of zo.
God is groot. In de toekomst zullen slangen en mensen vredig samenleven, belooft Hij (Jesaja 65:25). Machtig, wat zal dat geweldig zijn.....daarom moeten ze de Pantanal niet kapot maken.
Snap je? Dat zijn de voorafschaduwingen van het mooie dat komen gaat.
Toch?
Subscribe to:
Posts (Atom)
