2013/02/28
Paus Benedictus XVI - zoals wij, mens, slechts bijna-god (vertaling)
Het plotselinge bericht van de abdicatie van paus Benedictus XVI komt bij mij minstens zo sterk binnen als het bericht van de abdicatie van koningin Beatrix, onze geliefde, dappere vorstin. Ik was er best mee bezig, vanwege het christelijk voorbeeld dat zij per slot van rekening geeft, of meer nog zelf is, voor vriend en allemens. Dat krijgt zelfs in preken een plaats.
Maar dit bericht uit Rome rakelt meer op: hoe zit het met het ambt? Is het levenslang? Maar in dit speciale geval: de meest uitnemende positie in die wereldkerk van Rome, is het dan nog niet levenslang?
En dan de motieven: voor levenslang pleit het getuigenis, dat Johannes Paulus II afgaf door verzwakt en ziek de wereld te tonen dat lijden vast onderdeel is van mens en christen. Tegen pleit het getuigenis van het Evangelie, dat een mens geen god is, slechts bijna god (Psalm 8). En ook niet de kracht van God heeft of krijgt, noch de plicht om per definitie tot het stervensmoment in functie te blijven. Zo hard is het Evangelie niet.
Intrigerend dus, deze stap na dit besluit van Benedictus XVI. Hij toont dat hij, verzwakt en op leeftijd, geen god kan zijn, en ook geen god wil zijn. Ik heb het hier dus niet over de roeping voor vervolgden, om te volharden in geloof en getuigenis, tot de dood. Natuurlijk is er die roeping, maar dat is een ander onderwerp! Wat betreft paus Benedictus XVI lijkt het me, dat de last van zoveel doorleefde zonde, die openbaar werd binnen de kerk van Rome, hem, die zich juist zoveel met Jezus heeft bezig gehouden, gezien zijn trilogie over Jezus, te zwaar werd om te zeggen: ik verdraag mijn oudheid en zwakheid, maar vind kracht om getuigend door te gaan.
Ik kan niet anders inschatten en invoelen, dan dat de zondelast van Rome en de kerk Benedictus tot het punt heeft gebracht te zeggen: ik kan niet meer. Als dat zo is, dan geeft dat blijk van eerlijkheid en moed.
Dat God Joseph Ratzinger genadig zij.
Opnieuw geplaatst
2013/02/15
O Papa Bento XVI – quase Deus, mas apenas homem, como nós
Que decisão supreendente do Papa, que ele vai renunciar no fim do mês. Mas também causa perguntas e dúvidas: será que pode? Pode renunciar a um ofício tão importante e até privilegiado? É a posição mais alta na Igreja católica, será que não é um ofício pela vida inteira?
Um testemunho que apoia esta opinião é a própria vida do Papa anterior João Paulo II. Ele mostrou ao mundo - continuando no cargo até ao fim da vida dele – que o sofrimento humano faz uma parte essencial da vida do homem e do cristão. Mas o testemunho da Bíblia, a própria Palavra de Deus, não apoia esta opinião, pois a Palavra diz, que o homem não é Deus, e sim menor do que Deus, também quanto à força física (Salmo 8,5 – por um pouco menor do que Deus). O homem, também o cristão, não recebeu de Deus a obrigação para continuar no seu cargo até a morte. Deus é misericordioso. Ele sabe que o homem é fraco. Ele dá o espaço à renúncia.
Surpreendente, então, a decisão e o passo do Papa Bento XVI. Ele mostra, enfraquecido, e numa idade avançada, que ele não quer, nem pode ser igual a Deus, nem igual a Jesus (que sim continuou até a morte). Quanto à tarefa do cristão perseguido; a obrigação de ficar fiel até a morte na perseguição, como os mártires ficavam e ficam: claro! Mas isso é outro assunto. Me parece, quanto ao Papa, que o cargo e o peso de tanto pecado, que foi revelado dentro da Igreja católica (o abuso durante tantos anos), se tornou pesado demais para o Papa, que estudou exatamente tanto sobre a vida santa do Senhor Jesus. (Ele até escreveu uma trilogia sobre a vida de Jesus Cristo). ... Pesado demais para se afirmar e dizer: vou continuar até ao fim da minha vida na terra. Ele ficou consciente do fato de não ser Jesus. Ele tinha que admitir: "Não consigo mais. Não posso mais."
Honesto, e até: corajoso.
Que Deus se compadeça de Joseph (José) Ratzinger
2012/11/13
Kornelis Sietsma, portret
Oudoom dr. K. Sietsma
De broer van mijn opa Jilt Sietsma, Kornelis, een oom van mijn vader dus, was predikant, tot hij in de Tweede Wereldoorlog werd opgepakt, weggevoerd, en in 1942 in gevangenschap te Dachau overleed.
Ik schreef op 17 september 2008 op dit blog het volgende:
"Op de dag erna (2 februari 1942) is K. Sietsma, oom van m'n vader S.J. Sietsma, opgehaald door twee mannen van de ‘Sicherheitsdienst’, en in bewaring gesteld, eerst te Amsterdam, later in Amersfoort. In 2011 ging ik voor het eerst naar de Schinkelkerk in Amsterdam, waar toen een tuincentrum (Urban Green) in was gevestigd (zie blog 31/08/2011).
Van hem is slechts een enkele foto beschikbaar (ook verderop in dit blog)
In de afgelopen week kreeg ik de foto van een mooi schilderij van hem digitaal toegestuurd door collega J. Kruidhof. Hij is geïnteresseerd in het leven en werk van dr. K. Sietsma. Als je contact met hem op prijs stelt hierover, stuur hem dan een mail. Zijn mailadres vind je in de reacties op dit bericht.
Hierbij,oudoom Kornelis (Kees).
2012/09/01
Homeward bound ...
Donkere tropische warme nacht, met kleurrijk verlichte handelskade van Willemstad, een mooi beeld om een laatste foto van Curaçao te maken. Ik schrijf dit op 1 september, maar 29 augustus zijn we vertrokken ... Bye
2012/08/21
HALSA NÒMBER DI SEÑOR – elfde log
Zondags komen we samen om de opstanding van Jezus Christus te vieren. Want die maakt ons vrij van schuld en zonde en Hij geeft ons de overwinning. Volgelingen van Jezus Christus doen dit wereldwijd. Ik vind dat altijd weer een fascinerende werkelijkheid. Het maakt me klein, omdat het onmogelijk een menselijk project kan zijn - de kerk - en het doet me groot denken van God, die op alle plaatsen en tijden gewoon doorgaat met het leiden van zijn mensen op aarde.
Halsa nòmber di Señor – staat in grote letters op de muur voorin de kerk aan de Arowakenweg, dat is: Lofprijs de naam van de Heer. Dat doen zijn volgelingen wereldwijd op verschillende wijzen. Maar volgens mij toch altijd behoorlijk herkenbaar. Misschien zijn de overeenkomsten in de verschillende wijzen wel groter dan de verschillen?
Een verschil is de begeleiding van die lofprijzing. Hier vandaag (19 augustus 2012) niet het orgel dat begeleidt, maar de Band (foto 60). De Band kent jongere leden (de jonge slagwerker), en oudere (de oude zanger), en daar tussenin. De muziek en zang zijn waardig, ingetogen, maar op passende momenten uitbundig. De kleding is prachtig: elke week een andere kleur overhemd. Vandaag is het rood (als ‘t maar even kan), en andere keren was het groen, geel … mooi.
Foto 59: Zoals een orgel een poging is meerdere instrumenten te verzamelen, zo zie je hier de volgende instrumenten – v.l.n.r.:
De rasp (1). Dit is een handrasp die we in de hollandse keuken ook kennen, maar die dan vaak plat is. Je raspt er worteltjes of komkommer op. Deze rasp is groot en rond, en wordt bespeeld met een kam, in dit geval de afro-kam, dat is de metalen kam voor kroeshaar. Er komt een karakteristiek Caribisch geluid uit, dat basaal is voor de muzieksoort. Zittend - op de rug gezien - de toetsenist, die een keyboard bespeelt (2). Staande zijn de zangeressen en de zanger (hij zichtbaar rechts op foto 60), en ėėn van hen speelt de tamboerijn (3). Er is (4) het slagwerk (foto 60, rechts) en er is (5) de gitaar (te zien op de Header, tweede van links). Samen spelen ze prachtige muziek, en begeleiden de lofprijzing tot eer van God en tot vreugde voor allen. Domi Rudsel (foto 58) is de predikant, en hield deze weken een serie preken over Haggaï, over terugkeer uit ballingschap en herbouw van de tempel. Maar vandaag mag ik de preek houden. Vertaalster Irene vertaalt het in Papiamentu. De preek gaat over Numeri 21 (de bronzen slang), met een link naar Johannes 3, waar Jezus dit in herinnering brengt. Dit leidt naar de bekende tekst Johannes 3,16, dat duidelijk de motivering van God weergeeft, waarom Hij de dood van zijn Zoon toeliet: uit Liefde voor de wereld. Dat maakt ons vervolgens bereid om ook ons kruis op ons te nemen. Iemand zegt na de dienst, dat deze preek hierover op het goede moment gekomen is, en daarvoor danken we God, zonder het te kunnen begrijpen.
Ook vreugden delen we samen. Na de dienst even een ontspannen moment, en de kleinsten mogen naar ' opa' (foto 57). Het blijkt dat een andere oude broeder op deze dag zijn 88e verjaardag viert (foto 56). Hij wordt met zijn rolstoel naar voren gereden, en ondergaat gelukwensen van heel de gemeente, en gasten (foto 56a).
***
[Voor de duidelijkheid: we waren deze morgen gast in de Papiamentstalige gemeente, dat is de zus van de Nederlandstalige gemeente, waar we deze maanden te gast zijn. Er zijn dus twee zustergemeenten op Curaçao, op hetzelfde adres aan de Arowakenweg.]
2012/08/11
als een tropisch Oerd - tiende log
Curaçao is meer dan zeven keer zo groot als Ameland (444 tegen 60 vierkante km). Maar toch dringt zich soms een vergelijking op. Beide zijn eilanden. Beide hebben bewonersconcentraties in steden tegenover uitgestrekte onbewoonde natuurgebieden. In de laatste weken hier wachten me nog bijzondere dingen. Het meest bijzondere is de Antilliaanse dienst (de dienst in onze zustergemeente) waarin ik mag voorgaan op 19 augustus. Ik hoop onder meer een foto van de kleurrijke muziekgroep te hebben rond die dag. Een tweede bijzonderheid is de tiendaagse die ik voor mezelf organiseer. Tien wandeltochten van minimaal twee uur, tussen de tien a vijftien km. Zo druk het in de stad en aan de baai ('t strand) kan zijn, zo stil is het als je gaat wandelen (hiken). Zo kan het gebeuren dat ik de afgelopen drie dagen tijdens deze tochten bijna geen mens ben tegengekomen. De eerste twee tochten wel, die gingen door bewoonde gebieden. Maar de laatste dagen zoek ik de stilte op, onder meer Fuik, richting Oostpunt (eergisteren, 8 augustus) en de Noordkant bij Santa Catharina (vandaag, 10-08). De Oostpunt is privégebied geworden, hoorde ik later, van een niet al te vriendelijke man, die z'n land bewapend verdedigt. Goed dat ik het niet wist. Richting Oostpunt houden inderdaad alle wegen en paden opeens op. Plotseling ligt er een vrachtwagenlading puin en grond, en dan stopt de weg. Daar heb ik dus het autootje geparkeerd, en ben achter zo'n bult maar doorgelopen. Dan kun je uren lopen naar de Oostpunt, zonder iemand tegen te komen. Als je denkt dat de metershoge cactussen berken en dennen waren, en de rondvliegende papegaaitjes (Prikichi) mezen en lijsters, dan zou je je op de Hoge Veluwe wanen op een warme dag. Later drong die vergelijking met het Oerd zich op. Zowel deze gebieden op Curaçao als het Oerd zijn rijk aan doornen en prikkels. En in beide wonen er de muizen, konijnen, en jagen er de valken en haviken. Wat een natuurpracht. Ik kreeg de smaak van de stilte en onherbergzaamheid te pakken, en liep gisteren naar de St.Jorisbaai, opnieuw geen mensen behalve een enkele kitesurfer in die baai aan het oefenen. En vandaag een schitterende wandeltocht van Santa Catharina door de woestijn naar de zee (Boka Labadera). Daar staan 5 reusachtige windmolens voor energieopwekking, een ons vertrouwd beeld. Ik zag er ook minstens nog 7 liggen, met de sokkel van zwaar beton compleet met electrische bedrading klaar. De electriciteitsdraden zijn doorgesneden. Iemand zei dat het de oude molens zijn, die afgeschreven waren, en afgebroken. Ze liggen weg te roesten op de rotsachtige zilte kust. (Correctie op een eerder bericht). Vandaar ben ik met een boog naar Koraal Tabak gewandeld; en dat was nog wel via een officieel wandelpad, maar zonder een wandelaar tegen te komen. Dat was even lastig, toen ik het pad kwijt was. Zonder pad in die doornige woestijn ben je niets, het is ondoordringbaar. Zou het een overnachting buiten worden, ging het even door me heen? Dat had me als kind ook een keer getroffen in het Oerd, op Ameland. Het is zo ruig en ondoordringbaar, dat je niet zonder pad kunt. Dat deed me denken: ja, die natuurgebieden op Curaçao, de 'mondi' hier is echt een tropisch Oerd ...
2012/08/07
Er moet gezaaid - negende log
In ons geloofsleven zijn christenen ook bezig met zaaien, en dan van de woorden die we doorgekregen hebben van God. Het zaaien van het Woord is een spreekwijze uit de Bijbel (1 Kor. 3,5 e.v.), waarbij we beseffen dat God dan zorgt voor opbrengst: vruchten en fruit. Die spreekwijze is zo treffend en de overeenkomst vanuit de groene natuur zo raak. Altijd moet er gezaaid worden. Zonder te zaaien – of zo je wilt: zonder te planten – geen aardappels, maar ook geen meel, dus geen brood, pizza of patat, geen popcorn en groente, kortom: geen normaal menselijk leven zonder dat er altijd gezaaid wordt.
Tuinieren en zaaien verbindt mij met de basics van ons menselijk leven en bestaan. Ik kan het nooit laten, waar ik ook ben, te kijken naar gewassen, en te speuren naar zaadjes, van bomen, planten en fruit (foto 53). Maar hoe doe je dat op een –geologisch gezien – vulkanisch, rotsachtig eiland, wat onbewerkt niet anders is dan woestijn?
Ik doe het zo: in de steenachtige grond rond ons huis maak ik een open plekje met wat voorhanden is: een hamer en een spijker (foto 51). Ik graaf de stenige grond een paar centimer af, en vul de kuil met gekochte tuinaarde. Daarin zaai ik de pitjes van wat we hier dagelijks eten: meloen (patia), pompoen (pampuna) en papaya (maumau). Tijdens deze voor mij therapeutische bezigheid (tuinieren doet je echt goed) spot ik nog een vrij zeldzame, schuwe Chuchubi Pretu (foto 52), terwijl de ‘normale’ Chuchubi zoals altijd bijna overal luidruchtig aanwezig is (foto 54). Na de tuingrond toegedekt te hebben met een laagje oorspronkelijke steenaarde, geef ik elke dag water, en na enkele dagen beginnen de plantjes te verschijnen: eerst de pampuna en de patia (foto 55), de papaya komt later. Op hoop van zegen, soms zelfs met tranen van de moeiten, zoals Psalm 126 zo beeldend uitdrukt (in tranen zaaien, maar oogsten met gejuich ... ). Voor ons is het 'op hoop van zegen', want als er sprake zal zijn van vruchtjes, zijn wij al lang weer weg, hier. Zo gaat het met het geestelijke zaaien ook: de één plant, de ander begiet, en God zorgt voor vruchtjes ...
Subscribe to:
Posts (Atom)
