2013/04/27

... en hij mij

Wij wonen in geschakelde huizen. Telkens twee tegen elkaar aan, en dan twee garages ertussen. Mijn werkkamer zit in de nok, bovenin, en ik heb een mooi zijraam, waardoor ik over het garagedak heen dus naar de zolderverdieping van onze buren kijk. Op de schoorsteen van de buren zit bijna altijd een meeuw. Soms ook een kraai, of een duif. Als ik denk dat ik de meeuw vrijblijvend bekijken kan, heb ik het helemaal mis. Hij bekijkt mij namelijk net zo intens. Telkens als ik mijn camera pak, heeft hij het door, en vertrekt voordat ik de foto nemen kan. Dagen heeft het geduurd, voordat ik vandaag, heel omzichtig, bijna sluipend in m'n eigen kamer, door een kier van de lamellen, deze foto maakte. Nu weet ik het zeker: ik zie de meeuw wel, maar net zo goed ziet hij mij ...

2013/04/08

Tijd voor het geheim van Christus

Er is een boek verschenen: Tijd voor het geheim van Christus. Over de waarde van verdieping in de liturgiek. Het boek gaat over de invulling van onze kerkdiensten volgens een bestaand schema: het kerkelijk jaar. De ondertitel van het boek is: Het liturgisch jaar in de gereformeerde kerkdienst. Op 22 maart 2013 verscheen in de boekenbijlage ‘Gulliver’ van het ND, op pagina 14, een recensie van Piet Houtman over dit boek. Het is een korte recensie, die mijns inziens veel uitgebreider had moeten zijn, en het boek, van de hand van Harrie de Hullu, had veel meer aandacht moeten krijgen. Er is een poging gedaan om dit boek meer aandacht te geven, door een studiedag, maar die werd afgelast. Piet Houtman maakt in zijn te korte recensie enkele rake opmerkingen. De meest rake is wellicht zijn opmerking aan het slot: de Hullu bedoelt zijn aanbeveling van de liturgische jaarorde niet als een keurslijf. Hij geeft suggesties. Zulke roosters hebben de eeuwen door gediend als krukken voor theologisch gebrekkig geschoolde voorgangers – lang niet altijd verwijtbaar – predikers en gemeenten kunnen er hun winst mee doen. Het is deze kwetsbare opstelling, die me uit het hart gegrepen was. ‘Gebrekkig geschoolde voorgangers’. Dat zijn we, als protestante, evangelische en gereformeerde voorgangers; met name op liturgisch gebied. Vanuit onze opleiding (TU – Broederweg, Kampen) kregen wij slechts het minimale mee over liturgiek. Dit is een algemeen bekend gegeven, en voor zover bekend is het aan evangelische seminaries en andere gereformeerde theologische opleidingen (van de CGK te Apeldoorn bijvoorbeeld) niet heel veel anders. Het is verder mijn overtuiging dat de visie van een gelovige op de liturgie een rol speelt bij de invulling van onze oecumenische roeping. Ik wil dit graag uitleggen en illustreren met een voorbeeld. Een gelovige die veel waarde hecht aan liturgiek, liturgisch besef, liturgische orde en liturgische symbolen, zal meer affiniteit hebben met oecumenische samenwerking met diegenen bij wie hij dit herkent. Zoals bijvoorbeeld: protestanten die het liturgisch kerkelijk jaar als leidraad gebruiken. Maar ook projecten als het (nieuwe) Liedboek en zelfs ook samenwerking met rooms-katholieken zal hij positief benaderen. Een gelovige die – om welke reden ook – minder waarde hecht aan liturgische zaken, zal juist hechten aan zaken als het aantreffen van geloof en geloofsvreugde en blijdschap. Zo iemand zal meer affiniteit hebben met oecumenische samenwerking met diegenen bij wie dat herkend wordt. Zoals bijvoorbeeld: enthousiaste evangelische gemeenten. Zo iemand is wellicht meer geneigd naar het project Opwekking te gaan, dan tijd en inspanning te geven aan het project Liedboek, waar de klacht dan ook gehoord wordt, dat er te weinig Opwekkingsliederen in opgenomen zijn. Dit zijn twee posities, maar allerlei tussenvormen zijn natuurlijk mogelijk. Als voorbeeld van deze verhouding noem ik een voorganger uit onze kerken (gkv), die zomaar kon zeggen ‘niets te hebben’ met de evangelische kerken, maar duidelijk wel met traditionele en toch niet gereformeerde kerken (PKN en RKk). Maar het is niet zo moeilijk om voorgangers te noemen die een omgekeerde affiniteit uitstralen: waar alles om draait is een hart vol geloof en enthousiasme. En of je het nu liturgisch verantwoord doet, of niet, en hoe dan wel: dat is allemaal bijzaak. Met alle mogelijke varianten tussen deze beide posities en keuzes. Hier zijn we precies aangekomen op het punt waarmee Piet Houtman zijn recensie besloot: we zijn gebrekkig geschoold, en grijpen dan links en rechts naar ‘krukken’, om toch verder te kunnen. Er is sprake van een zekere wildgroei in christelijk Nederland, niet alleen in de diversiteit van het aantal mogelijkheden van leerstellige identiteit (hoeveel soorten gereformeerd, christelijk en evangelisch zijn er mogelijk?) maar net zo goed ook wat betreft de liturgische opstelling. In de ene kerkdienst gaat het er waardig aan toe, met stiltemomenten, en de muzikale begeleiding is klassiek. Kleuren en enkele voorwerpen of afbeeldingen hebben een speciale, gedefinieerde betekenis. In de andere kerkdienst is het vrolijk en blij; de muziek is lekker hard, en een waardig stil moment is pas goed als mensen ook zichtbaar tranen laten en huilen, en er een getuigenis volgt. Is dat een tegenstelling? Is er iets dat voorkeur verdient? Kunnen we die kloven op liturgisch gebied overbruggen? Het is mijn overtuiging en ook mijn persoonlijke ervaring, dat de liturgische verwarring die er in christelijk Nederland (en, wellicht: de wereld) heerst, het gevolg is van onbekendheid met de liturgische schat die hoort bij het geheim van Christus. Het zou werkelijk een bijdrage en verbetering zijn, als er onderlinge herkenning van christenen zou komen door liturgische herkenning. Het boeiende van het boek van de Hullu is, dat hij dit - bijna ongemerkt - toch aan de orde stelt. Als voorbeeld daarvan wil ik noemen de opmerking, dat ds. G. Visee uit Kampen in de jaren vlak na de tweede wereldoorlog de christelijke feestdagen helemaal wilde afschaffen. Daarmee vertegenwoordigde hij feitelijk de tweede groep. De opmerking betreffende dr. K. Deddens, die op een liturgisch thema promoveerde laat iemand uit de andere hoek zien. Maar als er een gezamenlijk buigen over die rijke inhoud van de liturgiek was geweest, van hen beiden, was dan voorkomen dat zij enige tijd later gescheiden optrokken? Dat is mogelijk. Het is echter niet te verifiëren. Wel kunnen we, christenen uit allerlei posities, ons nu samen buigen over die rijkdom, om weer dichter bij elkaar te komen. Want hoe meer je gaat begrijpen van de liturgie en de liturgiek, en hoe meer bewust je wordt van wat je leest, en wat je zingt, en wat je bidt, en waarom, en waarom zo; - hoe dichter je bij het geheim van Christus komt.

2013/03/18

Habent papam! En, ’t kon minder ...!

Franciscus I. ‘k Was getriggerd door een kopje: Evangelische ‘latino’ ligt niet wakker van Bergoglio (ND 15/03/2013). Daarin staat beschreven, op gezag van Dennis Petri te Costa Rica, dat de verkozen paus de evangelischen in Latijns-Amerika (en misschien ook Zuid-Amerika - RS) nauwelijks bezig houdt. Herkenbaar. ‘k Heb het niet uitgezocht, maar het zou me niet verbazen als het de evangelischen en ruimer: de protestanten in Brazilië (waar ik enkele jaren mocht vertoeven) ook niet zoveel deed. Het doet de gereformeerden wellicht meer, en dan beperk ik me tot de Euro gereformeerden, die er vandaag overigens anders in staan dan vroeger. Boeiend is de uitwisseling van gedachten tussen bijvoorbeeld mijn drie broers – Bijzet, Burger en Haak – in het ND van resp.5, 12 en 16 maart jl. Het gaat dan echter even niet om wat ze van Franciscus (of Benedictus XVI) vinden, maar ze grijpen de gelegenheid aan, om aan te geven, dat de rooms-katholieke leer echt nog wel fout is. Daar hebben ze gelijk aan, en ze worden gesteund door de vele informatie die vanuit de herdenking van de Reformatie (Refo 500) gegeven wordt over het gelijk van de Reformatie, en de waarde van de Heidelberger Catechismus. Zo zet F. Bijzet, op onder de titel ‘het instituut ‘paus’’ nog eens uit, dat de paus aanmatigende bevoegdheden zijn toebedeeld. Zolang dat voortduurt, zullen we het instituut ‘paus’ verfoeien, en zou niemand als paus moeten willen aantreden (05/03/2013). Paul Waterval, die het rooms-katholicisme uit ervaring kent, legt – in het kader van ‘450 jaar Catechismus’- genuanceerd uit, wat de contekst was van de formulering ‘vervloekte afgoderij’, zoals de mis ‘in de grond van de zaak’ wordt genoemd door de Catechismus (07/03/2013). Daarmee wordt die formulering begrijpelijk, maar tegelijk door Paul benoemd als onbruikbaar voor vandaag. J.J. Burger refereert daaraan, en corrigeert vervolgens onder de titel ‘afgoderij’ de uitspraak van de ND-redacteur in datzelfde genoemde artikel, dat de mis een vervloekte afgoderij zou zijn. Volgens Burger zegt de Catechismus dat niet, maar – slechts – dat de mis ‘in de grond van de zaak afgoderij is’. Wat is het verschil? Als ik hem goed begrijp, vindt hij dat er ‘slechts’ een afgodisch aspect aan de mis zit. Overigens vindt hij dat nog wel erg genoeg, om er mee af te rekenen. ‘Aanbidt Jezus Christus niet in de ouwel, maar roep hem eens te meer in de hemel aan’. Matthijs Haak noemt Bijzet en Burger in zijn bijdrage ‘welbewust’. Hij benadrukt het belang om ons goed bewust te zijn van onze kerkelijke identiteit, inclusief onze verschillen. Dat is de goede basis voor oprechte en door ons verlangde oecumene, begrijp ik. Ondertussen blijft de vraag: wat vinden wij van Bergoglio, alias Francisco I? Vandaag, 18 maart, is er alweer heel veel over gezegd: een Argentijn, Zuid-Amerikaan, een nederig man, en een geleerd en wijs mens. Ik ga er niets aan toevoegen, onnodig, lijkt me. Ik houd het bij een kleine lati-variant, met Groningsgetint commentaar: Habent papam! [ze hebben een paus]. En: ’t Kon minder.

2013/02/28

Paus Benedictus XVI - zoals wij, mens, slechts bijna-god (vertaling)

Het plotselinge bericht van de abdicatie van paus Benedictus XVI komt bij mij minstens zo sterk binnen als het bericht van de abdicatie van koningin Beatrix, onze geliefde, dappere vorstin. Ik was er best mee bezig, vanwege het christelijk voorbeeld dat zij per slot van rekening geeft, of meer nog zelf is, voor vriend en allemens. Dat krijgt zelfs in preken een plaats. Maar dit bericht uit Rome rakelt meer op: hoe zit het met het ambt? Is het levenslang? Maar in dit speciale geval: de meest uitnemende positie in die wereldkerk van Rome, is het dan nog niet levenslang? En dan de motieven: voor levenslang pleit het getuigenis, dat Johannes Paulus II afgaf door verzwakt en ziek de wereld te tonen dat lijden vast onderdeel is van mens en christen. Tegen pleit het getuigenis van het Evangelie, dat een mens geen god is, slechts bijna god (Psalm 8). En ook niet de kracht van God heeft of krijgt, noch de plicht om per definitie tot het stervensmoment in functie te blijven. Zo hard is het Evangelie niet. Intrigerend dus, deze stap na dit besluit van Benedictus XVI. Hij toont dat hij, verzwakt en op leeftijd, geen god kan zijn, en ook geen god wil zijn. Ik heb het hier dus niet over de roeping voor vervolgden, om te volharden in geloof en getuigenis, tot de dood. Natuurlijk is er die roeping, maar dat is een ander onderwerp! Wat betreft paus Benedictus XVI lijkt het me, dat de last van zoveel doorleefde zonde, die openbaar werd binnen de kerk van Rome, hem, die zich juist zoveel met Jezus heeft bezig gehouden, gezien zijn trilogie over Jezus, te zwaar werd om te zeggen: ik verdraag mijn oudheid en zwakheid, maar vind kracht om getuigend door te gaan. Ik kan niet anders inschatten en invoelen, dan dat de zondelast van Rome en de kerk Benedictus tot het punt heeft gebracht te zeggen: ik kan niet meer. Als dat zo is, dan geeft dat blijk van eerlijkheid en moed. Dat God Joseph Ratzinger genadig zij. Opnieuw geplaatst

2013/02/15

O Papa Bento XVI – quase Deus, mas apenas homem, como nós

Que decisão supreendente do Papa, que ele vai renunciar no fim do mês. Mas também causa perguntas e dúvidas: será que pode? Pode renunciar a um ofício tão importante e até privilegiado? É a posição mais alta na Igreja católica, será que não é um ofício pela vida inteira? Um testemunho que apoia esta opinião é a própria vida do Papa anterior João Paulo II. Ele mostrou ao mundo - continuando no cargo até ao fim da vida dele – que o sofrimento humano faz uma parte essencial da vida do homem e do cristão. Mas o testemunho da Bíblia, a própria Palavra de Deus, não apoia esta opinião, pois a Palavra diz, que o homem não é Deus, e sim menor do que Deus, também quanto à força física (Salmo 8,5 – por um pouco menor do que Deus). O homem, também o cristão, não recebeu de Deus a obrigação para continuar no seu cargo até a morte. Deus é misericordioso. Ele sabe que o homem é fraco. Ele dá o espaço à renúncia. Surpreendente, então, a decisão e o passo do Papa Bento XVI. Ele mostra, enfraquecido, e numa idade avançada, que ele não quer, nem pode ser igual a Deus, nem igual a Jesus (que sim continuou até a morte). Quanto à tarefa do cristão perseguido; a obrigação de ficar fiel até a morte na perseguição, como os mártires ficavam e ficam: claro! Mas isso é outro assunto. Me parece, quanto ao Papa, que o cargo e o peso de tanto pecado, que foi revelado dentro da Igreja católica (o abuso durante tantos anos), se tornou pesado demais para o Papa, que estudou exatamente tanto sobre a vida santa do Senhor Jesus. (Ele até escreveu uma trilogia sobre a vida de Jesus Cristo). ... Pesado demais para se afirmar e dizer: vou continuar até ao fim da minha vida na terra. Ele ficou consciente do fato de não ser Jesus. Ele tinha que admitir: "Não consigo mais. Não posso mais." Honesto, e até: corajoso. Que Deus se compadeça de Joseph (José) Ratzinger

2012/11/13

Kornelis Sietsma, portret

Oudoom dr. K. Sietsma De broer van mijn opa Jilt Sietsma, Kornelis, een oom van mijn vader dus, was predikant, tot hij in de Tweede Wereldoorlog werd opgepakt, weggevoerd, en in 1942 in gevangenschap te Dachau overleed. Ik schreef op 17 september 2008 op dit blog het volgende: "Op de dag erna (2 februari 1942) is K. Sietsma, oom van m'n vader S.J. Sietsma, opgehaald door twee mannen van de ‘Sicherheitsdienst’, en in bewaring gesteld, eerst te Amsterdam, later in Amersfoort. In 2011 ging ik voor het eerst naar de Schinkelkerk in Amsterdam, waar toen een tuincentrum (Urban Green) in was gevestigd (zie blog 31/08/2011). Van hem is slechts een enkele foto beschikbaar (ook verderop in dit blog) In de afgelopen week kreeg ik de foto van een mooi schilderij van hem digitaal toegestuurd door collega J. Kruidhof. Hij is geïnteresseerd in het leven en werk van dr. K. Sietsma. Als je contact met hem op prijs stelt hierover, stuur hem dan een mail. Zijn mailadres vind je in de reacties op dit bericht. Hierbij,oudoom Kornelis (Kees).

2012/09/01

Homeward bound ...

Donkere tropische warme nacht, met kleurrijk verlichte handelskade van Willemstad, een mooi beeld om een laatste foto van Curaçao te maken. Ik schrijf dit op 1 september, maar 29 augustus zijn we vertrokken ... Bye