Pinheiro do Paraná, Araucária angustifólia

Pinheiro do Paraná, Araucária angustifólia
Pinheiro do Paraná, karakteristiek voor deze regio

2012/07/21

Arowaken - zesde log

Gaandeweg verdiepen we ons ook in de geschiedenis van Curaçao. De oorspronkelijke bewoners van dit Caribische eiland zijn de Arowaken indianen. De naam van de straat waar de kerk [Iglesia Reformá] staat, herinnert aan hen (zie de titelzin bovenaan). Het is slechts herinnering, want er zijn geen Arowaken meer. Toen de Europeanen naar Amerika voeren, en heel Amerika en alle eilanden erbij, ontdekten - de tijd van Columbus - toen hebben ze ook Curaçao ingenomen, en alle oorspronkelijke bewoners gedood. We lazen in het museum van Gelt Dekker dat er 200.000 Arowaken zijn omgekomen, en zo is er niemand van hen, ook geen nakomeling, meer over. .... De 'nieuwe beheerders' van Curaçao gebruikten hun eiland vooral als doorvoerhaven voor goederen en slaven. Slaven werden opgehaald uit Afrika, en doorgevoerd naar het vasteland van Zuid- en Noord-Amerika. Wij, Nederlanders, deden dat dus - zoals alle Europese naties deden - we haalden scheepsladingen vol slaven uit Afrika, en verkochten hen door naar Amerika. Maar er bleven ook een behoorlijk aantal op Curaçao achter, om te werken op de plantages en om als huisslaven te dienen voor hun eigenaren. Dit heeft eeuwen zo voortgeduurd, van de 16e, tot in de 19e eeuw. Verdrietig bestaan (foto 47). In het museum 'Kurá Hulanda' van Gelt Dekker is te lezen en te zien hoe het met de slaven toeging. Daarin voeren leed, mishandeling, afstraffing, en zelfs doodslag de boventoon. (foto 46). Het is een triest verhaal, dat eeuwenlang werkelijkheid was. Nu is het duidelijk, waarom de inwoners van Curaçao bruin en zwart zijn (negroïde), en geen indianen, zoals Peru en Venezuela: eigenlijk zijn de Curaçaose Antillianen: Afrikanen, het nageslacht van de slaven, want de oorspronkelijke bevolking van Arowaken is er niet meer. Kurá Hulanda is gebouwd rond en op de plaats waar de schepen met slaven aankwamen op Curaçao. ...

De Mus - vijfde log

Prachtig is Psalm 84: 'zelfs de mus vindt een huis ... bij uw altaren. Gelukkig wie wonen in uw huis!' Maar ook eeuwen later wijst Jezus de Mus opnieuw aan: 'Wat kosten er twee mussen?' vraagt Hij. 'Maar er valt er niet één dood neer, als jullie Vader het niet wil.' - Matteüs 10,29. Bijzonder dat dit kleine vogeltje de eeuwen, culturen en klimatologisch zo verschillende streken zo doorstaat (foto 45). We waren bij de Plaza (de markt), eigenlijk vooral voor ons middagmaal, want je kunt er zo heerlijk eten. Voor 5 Euro een heel bord vol. We aten allemaal een keuzemenu. De één gestoofd rundvlees, de ander kip, ik at cabrito (geitenvlees) en Madeline een sniper (rode baars. Als je goed kijkt, kun je z'n oog nog zien - foto 44). En waar de prijs en bediening zo vriendelijk is, schijnt nog meer vriendelijkheid te huizen: de mussen, en ook andere kleine vogels worden vriendelijk getolereerd, en pikken zo hun graantje mee. Ze hebben 't best goed, als je erbij stilstaat ... (foto 43).Ze lijken niet ongelukkig. En dan is dit nog maar de markt van Willemstad. God zorgt voor hen, en voor ons.

2012/07/11

Werk in de Kerk - vierde log

We zijn hier verbonden aan de kerk van Curaçao, de Iglesia Reformá, en het kerkgebouw is gesitueerd aan de Arowakenweg (foto 42). Net zoals in Nederland, is deze zusterkerk van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt na de Tweede Wereldoorlog ontstaan, doordat leden van deze kerken die op Curaçao woonden en werkten een eigen gemeente gingen vormen. Enige tijd later (vanaf de zestiger jaren) is er zendingswerk gedaan vanuit Rijnsburg, later vanuit Dordrecht, in samenwerking met deze gemeente. Op dit moment is de situatie zo, dat de kerk op Curaçao (de Iglesia Reformá) gevormd wordt door twee gemeenten: een Nederlandstalige gemeente en een Antilliaanse, Papiamentstalige gemeente. De hulpdiensten die ik mag geven deze maanden, zijn bestemd voor de vacante, Nederlandstalige gemeente. Dat betekent niet dat we geen dingen samen doen. Het kerkgebouw, bijvoorbeeld, is feitelijk eigendom van de Papiamentstalige gemeente, en die gemeente heeft klussendagen uitgeroepen voor het nodige onderhoud van het gebouw. Steeds op zaterdagen. Zo waren ook wij van de partij, op zaterdag 8 juli, om te helpen schuren (foto 41), verven (fotoos 39, 40), terwijl anderen zich ontfermden over het opruimen, binnen (foto 38) en buiten: de tuin (foto 37), en het restaureren van het plafond (foto 36). Ook ouderen deden dapper mee (foto 35). Het was echt een inzetten van alle gaven op alle fronten. John (foto 34) kan snel verven, maar werd gewond, toen hij op een trapje ging staan, terwijl de plafondventilator aanstond. Hij werd geraakt, en moest naar het ziekenhuis, en kreeg daar acht hechtingen aan z’n hoofd, en een preventieve injectie. Gelukkig was er een natje en droogje op zijn tijd (foto 33). Een zuster uit de gemeente bracht verrukkelijke kippenbouten, en we hadden onder het genot daarvan (foto 32) een heerlijke discussie over de vraag of je je honden (of die van je buren) nu wel of geen kippebotten op mag voeren (doet het scherp hen enig kwaad?). Volgens mij is daar geen gereformeerd standpunt over bekend. Zondag heb ik wel de voorstanders gevraagd of de hondjes het hadden overleefd. Een grote glimlach: ze hebben allemaal gesmuld en leven! Voldaan de zaterdag besloten, en zondag blij de nieuwe week begonnen. John was ondanks zijn wond present!

De Zee breekt Willemstad in - derde log

Willemstad, de hoofdstad van het eiland Curaçao, en vroeger van alle zes Nederlandse Antillen is een bijzondere stad. Opvallend is de brug die de twee delen van de stad met elkaar verbindt. De stad - in Papiamentu: Punda - wordt gekloofd door een enorme landinwaartse zeestroom, het Waaigat, dat uitloopt in een soort lagoen, het Schottegat. De ene kant van de stad heet dus: Punda, en de andere kant heet Otrobanda, letterlijk: de andere kant. Het Waaigat is zo diep en breed, dat oceaanstomers - en Cruisers (foto 55oa) gemakkelijk naar binnen kunnen varen, mits ze niet gestoord worden door … bruggen. Mensen hebben immers de behoefte zich steeds te willen kunnen verplaatsen, van Punda naar Otrobanda, en van Otrobanda weer terug naar Punda. Daar hebben de mensen lang geleden iets heel moois op gevonden: ze hebben over de volle breedte van het water 16 boten naast elkaar neer gelegd, allemaal aan elkaar vastgelegd, met enige afstand tussen elkaar (foto 31). Daaroverheen hebben ze een planken brug gelegd, met voldoende speling tussen de vele planken. Als je erover loopt, ga je met de golven mee, het is een heerlijk gevoel, het ene bootje stijgt, de andere daalt. … De brug heet dan ook wel: ‘Swinging Old Lady’! (foto 30). En als er een schip binnenkomt (fotoos 28 en 29), dan begint alleen het allerlaatste bootje te varen (foto 27). De stuurman vaart hem met een boogje naar de overkant, en de andere 15 bootjes van de bootjesbrug draaien vanzelf mee. Dan kunnen de schepen naar binnen, en ze varen dwars door de stad, vlak voor de terrasjes langs, het is een schitterend gezicht. (fotoos 25 en 26). Zo gauw de schepen voorbij zijn, vaart de brug weer dicht, en de voetgangers hernemen hun gangen (foto 24). Prachtig. De bootjesbrug is een voetgangersbrug geworden.Voor het snelverkeer is er eind vorige eeuw een enorm hoge brug gebouwd, de Julianabrug, die tientallen meters hoog boven het water de beide stadsdelen aan elkaar verbindt (foto 23), terwijl de Cruisers en Oceaanstomers er rustig onderdoor varen.

2012/07/06

Waar is de herder? - Tweede log

Op woensdag liep ik in de vanuit Vista Montanha, waar we wonen, de onherbergzame ‘knoek’ in, zo heet het onontgonnen landschap van Curaçao (foto 21 en 22), dat bestaat uit vulkanische rotsgrond, waar alleen maar doornen en cactussen groeien (foto 20), in de doornstruiken kun je een kleine soort valk zien (foto 19). Opeens hoorde ik vanuit een doornig bosje een zacht gekerm. Was het een verwilderde kat? Nee, het leek op geblaat van een lammetje. En ja, middenin dat doornige bosje lag een klein geitenlammetje te blaten (foto 18). Toen hij me opmerkte, werd het heviger en intenser. Ik kreeg de neiging het uit die doornen te halen en mee te nemen, maar tegelijk dacht ik: dat is niet verstandig. Waar ga ik ermee heen? In de verte hoorde ik geiten mekkeren, maar het was niet zeker of ik die bereiken kon. Als het lam mijn geur zou oppakken, zou de moeder haar lammetje ook nog kunnen verstoten. Ik heb het lam niet aangeraakt, en ben doorgelopen. Allerlei gedachten gingen door m’n hoofd: was ik liefdeloos voor dit lammetje? Had het m’n hulp niet nodig? Ik liep door en haalde later die kleine geitenkudde in (foto 17). Als er een herder oppasser bij was, zou ik uitleggen waar het lammetje was. Maar er was geen herder te bekennen. Ik liep weer door, en merkte hoe de geiten weer terug begonnen te lopen. De wind kwam nu van hun kant naar mij toe, en ik hoorde hoe het lammetje en z’n moeder contact maakten. Toen ze bij elkaar in de buurt kwamen, begon het lam hevig te blaten, en de moeder antwoordde. Daar word je blij van. Maar het is ook wonderlijk, dat ze elkaar zo weten te hervinden. De moedergeit was hier de goede en beste herder. Soms moet je ook even niet herder willen zijn. Dan komt een lam terecht. Maar altijd blijft die waarheid mooi en goed, of je de rol hebt schaap of herder of lam te zijn: de HEER is mijn herder (psalm 23). In Willemstad gingen we naar de drijvende markt: meloenen uit Venezuela (foto 16)

2012/07/03

Eerste log uit Curaçao

Eerste log, 3 juli 2012 Het is 3 juli, we zijn vrijdag 30 juni goed aangekomen op Curaçao. Bijna voor dag en dauw (06.00 u.) vertrokken we uit Grootegast, en we kwamen precies 16 uur later aan op het eiland Aruba (fotoos 14 en 15), waar we over moesten stappen. Hier moest de klok 6 uur terug (tijdverschil), en zodoende was het pas 16.00 in de middag. Op Aruba hebben we genoten van de vissen, die we van onze huiskring meekregen (foto 13). Om ter plekke creatief mee aan de slag te gaan. Bedankt! Jullie zullen van het resultaat nog horen. Om 18.30 u. vertrokken we naar Curaçao, omdaar 19.30 u. aan te komen. Eén van de eerste dingen die we deden was mama Sillé begroeten. Zij woont mooi, vlakbij de havens van Willemstad (foto 12), en in het straatje voor mama’s huis verstopte een zeekrab, zo uit de haven, zich onder een auto. (foto 11). Toen hij ontdekte dat ik hem wel zag, kwam hij dreigend naar voren (foto 10). Kenmerkend op Curaçao zijn ook de bijna Nederlandse windmolens, gebruikt om grondwater op te halen voor de waterput. (foto 9). Mama en Madeline praten ondertussen behoorlijk bij (foto 8). En we genieten van de natuur. Er zijn hier veel vogels. Het geelbuikje (barika heel) vliegt in en door mama’s huis (foto 6 en 7), en de kolibri’s (kleinste vogeltjes ter wereld) vliegen hier rond als bijen en vliegen, zo veel (foto 4 en 5). De passiebloem, waarvan wij de vrucht gebruiken als smaakje in de yoghurt (Maracuja), groeit hier in de bermen, en de naam is in feite een verwijzing naar het lijden van Christus (de bloem lijkt een beschildering van Christus’ kruisdood – foto 3). Mama heeft ook de granaatappel in haar tuintje, die ik er drie jaar geleden pootte (foto 2). Zondag hadden we goede kerkdiensten, daarover schrijf ik in een volgend blog iets meer. Maandagavond hadden we een feest, want één van de gemeenteleden werd 50 jaar (foto 1). Dus, we vermaken ons!