Pinheiro do Paraná, Araucária angustifólia

Pinheiro do Paraná, Araucária angustifólia
Pinheiro do Paraná, karakteristiek voor deze regio

2012/11/13

Kornelis Sietsma, portret

Oudoom dr. K. Sietsma De broer van mijn opa Jilt Sietsma, Kornelis, een oom van mijn vader dus, was predikant, tot hij in de Tweede Wereldoorlog werd opgepakt, weggevoerd, en in 1942 in gevangenschap te Dachau overleed. Ik schreef op 17 september 2008 op dit blog het volgende: "Op de dag erna (2 februari 1942) is K. Sietsma, oom van m'n vader S.J. Sietsma, opgehaald door twee mannen van de ‘Sicherheitsdienst’, en in bewaring gesteld, eerst te Amsterdam, later in Amersfoort. In 2011 ging ik voor het eerst naar de Schinkelkerk in Amsterdam, waar toen een tuincentrum (Urban Green) in was gevestigd (zie blog 31/08/2011). Van hem is slechts een enkele foto beschikbaar (ook verderop in dit blog) In de afgelopen week kreeg ik de foto van een mooi schilderij van hem digitaal toegestuurd door collega J. Kruidhof. Hij is geïnteresseerd in het leven en werk van dr. K. Sietsma. Als je contact met hem op prijs stelt hierover, stuur hem dan een mail. Zijn mailadres vind je in de reacties op dit bericht. Hierbij,oudoom Kornelis (Kees).

2012/09/01

Homeward bound ...

Donkere tropische warme nacht, met kleurrijk verlichte handelskade van Willemstad, een mooi beeld om een laatste foto van Curaçao te maken. Ik schrijf dit op 1 september, maar 29 augustus zijn we vertrokken ... Bye

2012/08/21

HALSA NÒMBER DI SEÑOR – elfde log

Zondags komen we samen om de opstanding van Jezus Christus te vieren. Want die maakt ons vrij van schuld en zonde en Hij geeft ons de overwinning. Volgelingen van Jezus Christus doen dit wereldwijd. Ik vind dat altijd weer een fascinerende werkelijkheid. Het maakt me klein, omdat het onmogelijk een menselijk project kan zijn - de kerk - en het doet me groot denken van God, die op alle plaatsen en tijden gewoon doorgaat met het leiden van zijn mensen op aarde. Halsa nòmber di Señor – staat in grote letters op de muur voorin de kerk aan de Arowakenweg, dat is: Lofprijs de naam van de Heer. Dat doen zijn volgelingen wereldwijd op verschillende wijzen. Maar volgens mij toch altijd behoorlijk herkenbaar. Misschien zijn de overeenkomsten in de verschillende wijzen wel groter dan de verschillen? Een verschil is de begeleiding van die lofprijzing. Hier vandaag (19 augustus 2012) niet het orgel dat begeleidt, maar de Band (foto 60). De Band kent jongere leden (de jonge slagwerker), en oudere (de oude zanger), en daar tussenin. De muziek en zang zijn waardig, ingetogen, maar op passende momenten uitbundig. De kleding is prachtig: elke week een andere kleur overhemd. Vandaag is het rood (als ‘t maar even kan), en andere keren was het groen, geel … mooi. Foto 59: Zoals een orgel een poging is meerdere instrumenten te verzamelen, zo zie je hier de volgende instrumenten – v.l.n.r.: De rasp (1). Dit is een handrasp die we in de hollandse keuken ook kennen, maar die dan vaak plat is. Je raspt er worteltjes of komkommer op. Deze rasp is groot en rond, en wordt bespeeld met een kam, in dit geval de afro-kam, dat is de metalen kam voor kroeshaar. Er komt een karakteristiek Caribisch geluid uit, dat basaal is voor de muzieksoort. Zittend - op de rug gezien - de toetsenist, die een keyboard bespeelt (2). Staande zijn de zangeressen en de zanger (hij zichtbaar rechts op foto 60), en ėėn van hen speelt de tamboerijn (3). Er is (4) het slagwerk (foto 60, rechts) en er is (5) de gitaar (te zien op de Header, tweede van links). Samen spelen ze prachtige muziek, en begeleiden de lofprijzing tot eer van God en tot vreugde voor allen. Domi Rudsel (foto 58) is de predikant, en hield deze weken een serie preken over Haggaï, over terugkeer uit ballingschap en herbouw van de tempel. Maar vandaag mag ik de preek houden. Vertaalster Irene vertaalt het in Papiamentu. De preek gaat over Numeri 21 (de bronzen slang), met een link naar Johannes 3, waar Jezus dit in herinnering brengt. Dit leidt naar de bekende tekst Johannes 3,16, dat duidelijk de motivering van God weergeeft, waarom Hij de dood van zijn Zoon toeliet: uit Liefde voor de wereld. Dat maakt ons vervolgens bereid om ook ons kruis op ons te nemen. Iemand zegt na de dienst, dat deze preek hierover op het goede moment gekomen is, en daarvoor danken we God, zonder het te kunnen begrijpen. Ook vreugden delen we samen. Na de dienst even een ontspannen moment, en de kleinsten mogen naar ' opa' (foto 57). Het blijkt dat een andere oude broeder op deze dag zijn 88e verjaardag viert (foto 56). Hij wordt met zijn rolstoel naar voren gereden, en ondergaat gelukwensen van heel de gemeente, en gasten (foto 56a). *** [Voor de duidelijkheid: we waren deze morgen gast in de Papiamentstalige gemeente, dat is de zus van de Nederlandstalige gemeente, waar we deze maanden te gast zijn. Er zijn dus twee zustergemeenten op Curaçao, op hetzelfde adres aan de Arowakenweg.]

2012/08/11

als een tropisch Oerd - tiende log

Curaçao is meer dan zeven keer zo groot als Ameland (444 tegen 60 vierkante km). Maar toch dringt zich soms een vergelijking op. Beide zijn eilanden. Beide hebben bewonersconcentraties in steden tegenover uitgestrekte onbewoonde natuurgebieden. In de laatste weken hier wachten me nog bijzondere dingen. Het meest bijzondere is de Antilliaanse dienst (de dienst in onze zustergemeente) waarin ik mag voorgaan op 19 augustus. Ik hoop onder meer een foto van de kleurrijke muziekgroep te hebben rond die dag. Een tweede bijzonderheid is de tiendaagse die ik voor mezelf organiseer. Tien wandeltochten van minimaal twee uur, tussen de tien a vijftien km. Zo druk het in de stad en aan de baai ('t strand) kan zijn, zo stil is het als je gaat wandelen (hiken). Zo kan het gebeuren dat ik de afgelopen drie dagen tijdens deze tochten bijna geen mens ben tegengekomen. De eerste twee tochten wel, die gingen door bewoonde gebieden. Maar de laatste dagen zoek ik de stilte op, onder meer Fuik, richting Oostpunt (eergisteren, 8 augustus) en de Noordkant bij Santa Catharina (vandaag, 10-08). De Oostpunt is privégebied geworden, hoorde ik later, van een niet al te vriendelijke man, die z'n land bewapend verdedigt. Goed dat ik het niet wist. Richting Oostpunt houden inderdaad alle wegen en paden opeens op. Plotseling ligt er een vrachtwagenlading puin en grond, en dan stopt de weg. Daar heb ik dus het autootje geparkeerd, en ben achter zo'n bult maar doorgelopen. Dan kun je uren lopen naar de Oostpunt, zonder iemand tegen te komen. Als je denkt dat de metershoge cactussen berken en dennen waren, en de rondvliegende papegaaitjes (Prikichi) mezen en lijsters, dan zou je je op de Hoge Veluwe wanen op een warme dag. Later drong die vergelijking met het Oerd zich op. Zowel deze gebieden op Curaçao als het Oerd zijn rijk aan doornen en prikkels. En in beide wonen er de muizen, konijnen, en jagen er de valken en haviken. Wat een natuurpracht. Ik kreeg de smaak van de stilte en onherbergzaamheid te pakken, en liep gisteren naar de St.Jorisbaai, opnieuw geen mensen behalve een enkele kitesurfer in die baai aan het oefenen. En vandaag een schitterende wandeltocht van Santa Catharina door de woestijn naar de zee (Boka Labadera). Daar staan 5 reusachtige windmolens voor energieopwekking, een ons vertrouwd beeld. Ik zag er ook minstens nog 7 liggen, met de sokkel van zwaar beton compleet met electrische bedrading klaar. De electriciteitsdraden zijn doorgesneden. Iemand zei dat het de oude molens zijn, die afgeschreven waren, en afgebroken. Ze liggen weg te roesten op de rotsachtige zilte kust. (Correctie op een eerder bericht). Vandaar ben ik met een boog naar Koraal Tabak gewandeld; en dat was nog wel via een officieel wandelpad, maar zonder een wandelaar tegen te komen. Dat was even lastig, toen ik het pad kwijt was. Zonder pad in die doornige woestijn ben je niets, het is ondoordringbaar. Zou het een overnachting buiten worden, ging het even door me heen? Dat had me als kind ook een keer getroffen in het Oerd, op Ameland. Het is zo ruig en ondoordringbaar, dat je niet zonder pad kunt. Dat deed me denken: ja, die natuurgebieden op Curaçao, de 'mondi' hier is echt een tropisch Oerd ...

2012/08/07

Er moet gezaaid - negende log

In ons geloofsleven zijn christenen ook bezig met zaaien, en dan van de woorden die we doorgekregen hebben van God. Het zaaien van het Woord is een spreekwijze uit de Bijbel (1 Kor. 3,5 e.v.), waarbij we beseffen dat God dan zorgt voor opbrengst: vruchten en fruit. Die spreekwijze is zo treffend en de overeenkomst vanuit de groene natuur zo raak. Altijd moet er gezaaid worden. Zonder te zaaien – of zo je wilt: zonder te planten – geen aardappels, maar ook geen meel, dus geen brood, pizza of patat, geen popcorn en groente, kortom: geen normaal menselijk leven zonder dat er altijd gezaaid wordt. Tuinieren en zaaien verbindt mij met de basics van ons menselijk leven en bestaan. Ik kan het nooit laten, waar ik ook ben, te kijken naar gewassen, en te speuren naar zaadjes, van bomen, planten en fruit (foto 53). Maar hoe doe je dat op een –geologisch gezien – vulkanisch, rotsachtig eiland, wat onbewerkt niet anders is dan woestijn? Ik doe het zo: in de steenachtige grond rond ons huis maak ik een open plekje met wat voorhanden is: een hamer en een spijker (foto 51). Ik graaf de stenige grond een paar centimer af, en vul de kuil met gekochte tuinaarde. Daarin zaai ik de pitjes van wat we hier dagelijks eten: meloen (patia), pompoen (pampuna) en papaya (maumau). Tijdens deze voor mij therapeutische bezigheid (tuinieren doet je echt goed) spot ik nog een vrij zeldzame, schuwe Chuchubi Pretu (foto 52), terwijl de ‘normale’ Chuchubi zoals altijd bijna overal luidruchtig aanwezig is (foto 54). Na de tuingrond toegedekt te hebben met een laagje oorspronkelijke steenaarde, geef ik elke dag water, en na enkele dagen beginnen de plantjes te verschijnen: eerst de pampuna en de patia (foto 55), de papaya komt later. Op hoop van zegen, soms zelfs met tranen van de moeiten, zoals Psalm 126 zo beeldend uitdrukt (in tranen zaaien, maar oogsten met gejuich ... ). Voor ons is het 'op hoop van zegen', want als er sprake zal zijn van vruchtjes, zijn wij al lang weer weg, hier. Zo gaat het met het geestelijke zaaien ook: de één plant, de ander begiet, en God zorgt voor vruchtjes ...

2012/08/06

Code Oranje - achtste log

In het Caribisch gebied waar we blijven is gewaarschuwd voor orkaan Ernesto, die op gelukkig nog behoorlijke afstand passeert. Maar voor Curaçao is code oranje afgegeven. Dat betekende harde wind (storm) voor vandaag en aansluitend kans op hevige regens. We hebben er iets van gemerkt, gisteren en vandaag: stormachtig weer met rukwinden, en dat in een temperatuur van ongeveer 30 graden C! Apart voelt dat. Van de regen hebben we nog niet veel gekregen, maar dat kan nog. "Een paar weken later gebeurt hetzelfde, maar dan iets indringender nog vanwege orkaan Isaac. Die geeft overigens in Midden-Amerika behoorlijk meer beroering dan Ernesto. Isaac treft New Orleans op de zevende verjaardag van orkaan Katrina (29.08.2005), die met 1600 doden tot nu toe de grootste natuurramp in de USA is. Dat heeft indruk gemaakt." (Aanvulling geschreven 1 september 2012). Op het eiland komen we grote geulen tegen met betonnen wanden; een soort droogstaande kanalen, maar die zijn dus nodig als het echt gaat regenen. De kurkdroge steenachtige grond neemt dan geen water op, en binnen korte tijd ontstaan rivieren, die in die geulen worden geleid (dat is de bedoeling). Een bijzondere zeevogel die we regelmatig tegenkomen is de Pelikaan (foto 50b). Hij is echt een acrobaat, en kan met z'n grote snavel zelfs in ondiep water loodrecht naar beneden duiken voor een vis. Je denkt: nu breekt-ie z'n snavel, maar hij komt tevreden boven, de vis zichtbaar door z'n keelgat verwerkend. Een heel karakteristieke verschijning is de Fregatvogel. Die grote vogel (grotere spanwijdte dan de zilvermeeuw) doet alsof-tie een acrobaat is boven het water, trekt veel aandacht, maar haalt het in behendigheid niet bij die pelikaan. Hij lijkt wel een vlieger, met z'n kunstjes, en de karakteristieke v-staart (foto 50a). De meest bijzondere opname deze dagen van een Curaçaose vogel is de Chonchorogai grandi (foto 50c). Die kwam vlak voor ons raam de waslijnpaal bekijken, of in de buis misschien een nestje gemaakt kon worden ... we voelden ons vereerd. Maar we hebben 'm toch doorverwezen naar een ruimere locatie.

2012/08/03

Knip - zevende log

Bij 'Knip' denk je hier meestal aan de Knipbaai, een mooie baai die heel populair is bij de bevolking om heerlijk te zwemmen en te snorkelen op een vrije dag. Vlakbij de Knipbaai ligt Landhuis Knip, en de baai is naar dat Landhuis genoemd. Het Landhuis Knip is, net zoals veel landhuizen, het centrum van een vroegere plantage. In het Landhuis woonde de heer van de plantage, en dat is onvermijdelijk verbonden met de slavernij, want de slaven deden het werk op de plantage. Werken op de plantages op Curaçao was een slopend bestaan, vanwege de verzengende hitte van de brandende zon, die hier 365 dagen per jaar z'n felle kracht houdt. Afhankelijk van de soort plantage was er wel verschil. Een plantage met bomen zoals Tamandarijn is ongetwijfeld beter bewerkbaar geweest voor slaven dan het werk in de zoutpannen, waar zout uit zeewater werd gewonnen door verdamping. Denk aan wat slaven doorstonden met vaak gewonde lichamen, zonder bescherming in de brandende zon, wadend door pekel. De echte naam van 'Knip'is (in Papiamentu): Kenepa. De Kenepa is een vruchtje van de Kenepa (boom), en dat zal het product van plantage Knip zijn geweest. Landhuis Knip is een heel oud landhuis (1696). Het is bekend, omdat voor de afschaffing van de slavernij op Curaçao (pas in 1863!) hier een belangrijke voorbode was, die geschiedenis heeft gemaakt: Tula. In het landhuis Knip is nu het Tula museum gevestigd. Tula kwam samen met enkele anderen in opstand tegen de slavernij (foto 48 - tekst). Hij voerde een opstandige actie uit, die zich uitstrekte naar een andere plantage: Santa Cruz, waarin hij veel andere slaven bevrijdde. Uiteindelijk moesten hij en zijn medestanders dit met de dood bekopen. Het monument herinnert hun opstand (foto 49). Dit gebeurde in 1795. Tula,Karpata, Wacau en Mercier werdeen terechtgesteld op 3 oktober, 1795.

2012/07/21

Arowaken - zesde log

Gaandeweg verdiepen we ons ook in de geschiedenis van Curaçao. De oorspronkelijke bewoners van dit Caribische eiland zijn de Arowaken indianen. De naam van de straat waar de kerk [Iglesia Reformá] staat, herinnert aan hen (zie de titelzin bovenaan). Het is slechts herinnering, want er zijn geen Arowaken meer. Toen de Europeanen naar Amerika voeren, en heel Amerika en alle eilanden erbij, ontdekten - de tijd van Columbus - toen hebben ze ook Curaçao ingenomen, en alle oorspronkelijke bewoners gedood. We lazen in het museum van Gelt Dekker dat er 200.000 Arowaken zijn omgekomen, en zo is er niemand van hen, ook geen nakomeling, meer over. .... De 'nieuwe beheerders' van Curaçao gebruikten hun eiland vooral als doorvoerhaven voor goederen en slaven. Slaven werden opgehaald uit Afrika, en doorgevoerd naar het vasteland van Zuid- en Noord-Amerika. Wij, Nederlanders, deden dat dus - zoals alle Europese naties deden - we haalden scheepsladingen vol slaven uit Afrika, en verkochten hen door naar Amerika. Maar er bleven ook een behoorlijk aantal op Curaçao achter, om te werken op de plantages en om als huisslaven te dienen voor hun eigenaren. Dit heeft eeuwen zo voortgeduurd, van de 16e, tot in de 19e eeuw. Verdrietig bestaan (foto 47). In het museum 'Kurá Hulanda' van Gelt Dekker is te lezen en te zien hoe het met de slaven toeging. Daarin voeren leed, mishandeling, afstraffing, en zelfs doodslag de boventoon. (foto 46). Het is een triest verhaal, dat eeuwenlang werkelijkheid was. Nu is het duidelijk, waarom de inwoners van Curaçao bruin en zwart zijn (negroïde), en geen indianen, zoals Peru en Venezuela: eigenlijk zijn de Curaçaose Antillianen: Afrikanen, het nageslacht van de slaven, want de oorspronkelijke bevolking van Arowaken is er niet meer. Kurá Hulanda is gebouwd rond en op de plaats waar de schepen met slaven aankwamen op Curaçao. ...

De Mus - vijfde log

Prachtig is Psalm 84: 'zelfs de mus vindt een huis ... bij uw altaren. Gelukkig wie wonen in uw huis!' Maar ook eeuwen later wijst Jezus de Mus opnieuw aan: 'Wat kosten er twee mussen?' vraagt Hij. 'Maar er valt er niet één dood neer, als jullie Vader het niet wil.' - Matteüs 10,29. Bijzonder dat dit kleine vogeltje de eeuwen, culturen en klimatologisch zo verschillende streken zo doorstaat (foto 45). We waren bij de Plaza (de markt), eigenlijk vooral voor ons middagmaal, want je kunt er zo heerlijk eten. Voor 5 Euro een heel bord vol. We aten allemaal een keuzemenu. De één gestoofd rundvlees, de ander kip, ik at cabrito (geitenvlees) en Madeline een sniper (rode baars. Als je goed kijkt, kun je z'n oog nog zien - foto 44). En waar de prijs en bediening zo vriendelijk is, schijnt nog meer vriendelijkheid te huizen: de mussen, en ook andere kleine vogels worden vriendelijk getolereerd, en pikken zo hun graantje mee. Ze hebben 't best goed, als je erbij stilstaat ... (foto 43).Ze lijken niet ongelukkig. En dan is dit nog maar de markt van Willemstad. God zorgt voor hen, en voor ons.

2012/07/11

Werk in de Kerk - vierde log

We zijn hier verbonden aan de kerk van Curaçao, de Iglesia Reformá, en het kerkgebouw is gesitueerd aan de Arowakenweg (foto 42). Net zoals in Nederland, is deze zusterkerk van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt na de Tweede Wereldoorlog ontstaan, doordat leden van deze kerken die op Curaçao woonden en werkten een eigen gemeente gingen vormen. Enige tijd later (vanaf de zestiger jaren) is er zendingswerk gedaan vanuit Rijnsburg, later vanuit Dordrecht, in samenwerking met deze gemeente. Op dit moment is de situatie zo, dat de kerk op Curaçao (de Iglesia Reformá) gevormd wordt door twee gemeenten: een Nederlandstalige gemeente en een Antilliaanse, Papiamentstalige gemeente. De hulpdiensten die ik mag geven deze maanden, zijn bestemd voor de vacante, Nederlandstalige gemeente. Dat betekent niet dat we geen dingen samen doen. Het kerkgebouw, bijvoorbeeld, is feitelijk eigendom van de Papiamentstalige gemeente, en die gemeente heeft klussendagen uitgeroepen voor het nodige onderhoud van het gebouw. Steeds op zaterdagen. Zo waren ook wij van de partij, op zaterdag 8 juli, om te helpen schuren (foto 41), verven (fotoos 39, 40), terwijl anderen zich ontfermden over het opruimen, binnen (foto 38) en buiten: de tuin (foto 37), en het restaureren van het plafond (foto 36). Ook ouderen deden dapper mee (foto 35). Het was echt een inzetten van alle gaven op alle fronten. John (foto 34) kan snel verven, maar werd gewond, toen hij op een trapje ging staan, terwijl de plafondventilator aanstond. Hij werd geraakt, en moest naar het ziekenhuis, en kreeg daar acht hechtingen aan z’n hoofd, en een preventieve injectie. Gelukkig was er een natje en droogje op zijn tijd (foto 33). Een zuster uit de gemeente bracht verrukkelijke kippenbouten, en we hadden onder het genot daarvan (foto 32) een heerlijke discussie over de vraag of je je honden (of die van je buren) nu wel of geen kippebotten op mag voeren (doet het scherp hen enig kwaad?). Volgens mij is daar geen gereformeerd standpunt over bekend. Zondag heb ik wel de voorstanders gevraagd of de hondjes het hadden overleefd. Een grote glimlach: ze hebben allemaal gesmuld en leven! Voldaan de zaterdag besloten, en zondag blij de nieuwe week begonnen. John was ondanks zijn wond present!

De Zee breekt Willemstad in - derde log

Willemstad, de hoofdstad van het eiland Curaçao, en vroeger van alle zes Nederlandse Antillen is een bijzondere stad. Opvallend is de brug die de twee delen van de stad met elkaar verbindt. De stad - in Papiamentu: Punda - wordt gekloofd door een enorme landinwaartse zeestroom, het Waaigat, dat uitloopt in een soort lagoen, het Schottegat. De ene kant van de stad heet dus: Punda, en de andere kant heet Otrobanda, letterlijk: de andere kant. Het Waaigat is zo diep en breed, dat oceaanstomers - en Cruisers (foto 55oa) gemakkelijk naar binnen kunnen varen, mits ze niet gestoord worden door … bruggen. Mensen hebben immers de behoefte zich steeds te willen kunnen verplaatsen, van Punda naar Otrobanda, en van Otrobanda weer terug naar Punda. Daar hebben de mensen lang geleden iets heel moois op gevonden: ze hebben over de volle breedte van het water 16 boten naast elkaar neer gelegd, allemaal aan elkaar vastgelegd, met enige afstand tussen elkaar (foto 31). Daaroverheen hebben ze een planken brug gelegd, met voldoende speling tussen de vele planken. Als je erover loopt, ga je met de golven mee, het is een heerlijk gevoel, het ene bootje stijgt, de andere daalt. … De brug heet dan ook wel: ‘Swinging Old Lady’! (foto 30). En als er een schip binnenkomt (fotoos 28 en 29), dan begint alleen het allerlaatste bootje te varen (foto 27). De stuurman vaart hem met een boogje naar de overkant, en de andere 15 bootjes van de bootjesbrug draaien vanzelf mee. Dan kunnen de schepen naar binnen, en ze varen dwars door de stad, vlak voor de terrasjes langs, het is een schitterend gezicht. (fotoos 25 en 26). Zo gauw de schepen voorbij zijn, vaart de brug weer dicht, en de voetgangers hernemen hun gangen (foto 24). Prachtig. De bootjesbrug is een voetgangersbrug geworden.Voor het snelverkeer is er eind vorige eeuw een enorm hoge brug gebouwd, de Julianabrug, die tientallen meters hoog boven het water de beide stadsdelen aan elkaar verbindt (foto 23), terwijl de Cruisers en Oceaanstomers er rustig onderdoor varen.

2012/07/06

Waar is de herder? - Tweede log

Op woensdag liep ik in de vanuit Vista Montanha, waar we wonen, de onherbergzame ‘knoek’ in, zo heet het onontgonnen landschap van Curaçao (foto 21 en 22), dat bestaat uit vulkanische rotsgrond, waar alleen maar doornen en cactussen groeien (foto 20), in de doornstruiken kun je een kleine soort valk zien (foto 19). Opeens hoorde ik vanuit een doornig bosje een zacht gekerm. Was het een verwilderde kat? Nee, het leek op geblaat van een lammetje. En ja, middenin dat doornige bosje lag een klein geitenlammetje te blaten (foto 18). Toen hij me opmerkte, werd het heviger en intenser. Ik kreeg de neiging het uit die doornen te halen en mee te nemen, maar tegelijk dacht ik: dat is niet verstandig. Waar ga ik ermee heen? In de verte hoorde ik geiten mekkeren, maar het was niet zeker of ik die bereiken kon. Als het lam mijn geur zou oppakken, zou de moeder haar lammetje ook nog kunnen verstoten. Ik heb het lam niet aangeraakt, en ben doorgelopen. Allerlei gedachten gingen door m’n hoofd: was ik liefdeloos voor dit lammetje? Had het m’n hulp niet nodig? Ik liep door en haalde later die kleine geitenkudde in (foto 17). Als er een herder oppasser bij was, zou ik uitleggen waar het lammetje was. Maar er was geen herder te bekennen. Ik liep weer door, en merkte hoe de geiten weer terug begonnen te lopen. De wind kwam nu van hun kant naar mij toe, en ik hoorde hoe het lammetje en z’n moeder contact maakten. Toen ze bij elkaar in de buurt kwamen, begon het lam hevig te blaten, en de moeder antwoordde. Daar word je blij van. Maar het is ook wonderlijk, dat ze elkaar zo weten te hervinden. De moedergeit was hier de goede en beste herder. Soms moet je ook even niet herder willen zijn. Dan komt een lam terecht. Maar altijd blijft die waarheid mooi en goed, of je de rol hebt schaap of herder of lam te zijn: de HEER is mijn herder (psalm 23). In Willemstad gingen we naar de drijvende markt: meloenen uit Venezuela (foto 16)

2012/07/03

Eerste log uit Curaçao

Eerste log, 3 juli 2012 Het is 3 juli, we zijn vrijdag 30 juni goed aangekomen op Curaçao. Bijna voor dag en dauw (06.00 u.) vertrokken we uit Grootegast, en we kwamen precies 16 uur later aan op het eiland Aruba (fotoos 14 en 15), waar we over moesten stappen. Hier moest de klok 6 uur terug (tijdverschil), en zodoende was het pas 16.00 in de middag. Op Aruba hebben we genoten van de vissen, die we van onze huiskring meekregen (foto 13). Om ter plekke creatief mee aan de slag te gaan. Bedankt! Jullie zullen van het resultaat nog horen. Om 18.30 u. vertrokken we naar Curaçao, omdaar 19.30 u. aan te komen. Eén van de eerste dingen die we deden was mama Sillé begroeten. Zij woont mooi, vlakbij de havens van Willemstad (foto 12), en in het straatje voor mama’s huis verstopte een zeekrab, zo uit de haven, zich onder een auto. (foto 11). Toen hij ontdekte dat ik hem wel zag, kwam hij dreigend naar voren (foto 10). Kenmerkend op Curaçao zijn ook de bijna Nederlandse windmolens, gebruikt om grondwater op te halen voor de waterput. (foto 9). Mama en Madeline praten ondertussen behoorlijk bij (foto 8). En we genieten van de natuur. Er zijn hier veel vogels. Het geelbuikje (barika heel) vliegt in en door mama’s huis (foto 6 en 7), en de kolibri’s (kleinste vogeltjes ter wereld) vliegen hier rond als bijen en vliegen, zo veel (foto 4 en 5). De passiebloem, waarvan wij de vrucht gebruiken als smaakje in de yoghurt (Maracuja), groeit hier in de bermen, en de naam is in feite een verwijzing naar het lijden van Christus (de bloem lijkt een beschildering van Christus’ kruisdood – foto 3). Mama heeft ook de granaatappel in haar tuintje, die ik er drie jaar geleden pootte (foto 2). Zondag hadden we goede kerkdiensten, daarover schrijf ik in een volgend blog iets meer. Maandagavond hadden we een feest, want één van de gemeenteleden werd 50 jaar (foto 1). Dus, we vermaken ons!

2012/06/07

Antillian Summer

Het is juni 2012 Deze zomer zullen we twee maanden doorbrengen op het eiland Curaçao in de Caribische Zee, Latijns Amerika. Op Curaçao liggen de roots van Madeline. Ze is daar geboren en getogen. Haar moeder, mijn schoonmoeder van 81 jaar woont daar nog, en dit jaar mogen we haar dus samen bezoeken. Ook wonen er enkele broers en zwagers met hun verwanten. Een goed familie weerzien. Er is een kerk op Curaçao, de Iglesia Reformá, onze zusterkerk, en die is vacant (zonder voorganger). Gedurende de twee maanden dat we op Curaçao zijn, mag ik daar helpen als gastpredikant. De gemeente is niet zo groot, en het is ook vakantietijd, dus in die twee maanden zullen we tegelijk ook onze vakantie hebben. Dat kan mooi gecombineerd worden op deze manier. Het is nog een beetje een verrassing hoe het er uit zal zien, die twee maanden, wat betreft programma, activiteiten ... en dergelijke. We zien ernaar uit, en hopen een goede tijd te hebben, deze zomer, en wensen dat ook jou, lezer, toe: een goede zomer 2012, onder Gods zegen.
Loof de HEER, bewoners van de aarde, loof Hem, zon en maan; alleen zijn naam is hoogverheven, zijn luister gaat aarde en hemel te boven
Ps. 148